Verlies

Je weet pas wat je hebt als je het niet meer hebt.

Wat de waarde is van wat je hebt, en vooral: van wat je hebt met elkaar, weet niemand behalve jij.

En dat is het wat een relatie zo bijzonder maakt, zo uniek: de liefde tussen twee mensen is niet kopieerbaar. Niet overdraagbaar. Niet uit te leggen aan anderen.

Alleen jij weet hoe bijzonder die ander voor jou is. En hoe bijzonder het is wat jullie samen hadden, én hebben. En vaak is het niet meer dan: de gewoonheid, de alledaagsheid, het leven durven accepteren zoals het op je pad komt, dat maakt dat jullie relatie, jullie samen zijn, uniek is. En misschien klinkt dit voor iemand die jullie niet heeft gekend als saai, maar jij hebt het als bijzonder ervaren. Jullie waren er, gewoon, als iets wat vast stond, als een rotsvaste zekerheid. Dat gaf zoveel vertrouwen en zo oneindig veel energie. Daar kon je mee oud worden. Dacht je.

Jacqueline speciaal voor jou: Jo en jij stonden ook midden in het leven. Het sociale leven. Ons Velpse leven. De vertrouwdheid met de beelden die daar bij horen is soms zo sterk dat ik, steeds als ik weer een wit KPN autootje zie rijden, onwillekeurig toch even kijk en hoop dat ik het vrolijke hoofd van Jo achter het raam zie zitten. Ik weet natuurlijk dat dat niet kan, maar: hoop doet leven, zeggen ze toch?

Diep, diep van binnen, blijf je hopen op een wonder. Ach vergeleken bij alle wereldwonderen is dit toch maar een klein wonder: laat Jo nou gewoon weer op aarde landen. Hij is al weer lang genoeg daarboven geweest. Heeft ons allemaal toegelachen, alle hemelse feesten bezocht, maar nu is het toch weer tijd om verder te gaan met zijn leven? Dat hij gewoon weer even naast je komt staan, zijn arm om je heen slaat en je samen naar de wereld om je heen kunt kijken. En er een grap over kunt maken. Een grap zoals alleen Jo dat kon.

Wij willen allemaal dat dit kan. Dat dit kleine wonder gebeurt. Dat het leven je iemand weer teruggeeft die je bent verloren. Die je zo sterk mist dat elke vezel van je lichaam hoopt op dat wonder. Dat je wil roepen, wil uitschreeuwen: ik kan niet zonder! Is er dan niemand in die hele grote blauwe hemel die daar wat aan kan doen?

Diep, diep in dat andere van binnen, dat rationele binnen, weten we allemaal dat dit niet kan. Dat dit kleine wonder niet gebeurt. Dat we verder moeten met hoe het vandaag is. Gisteren zal niet terugkeren. Nooit.

En daarmee in vrede leren leven, accepteren dat het zo is, dat we soms alleen verder moeten, dat is een zware les. Hoe graag had je daarbij hulp, juist van diegene die er niet meer is. Het lijkt wel alsof juist die persoon die je zo mist de enige is die echt jouw diepe verdriet begrijpt. En dat is ook zo, want met hem had je die speciale band, die unieke relatie.

En dan.

Dan komt er een dag, een moment in je leven, dat je omhoog kijkt. En dat je door je tranen van verdriet, maar misschien ook wel boosheid, de hemelse blauwe lucht boven je ziet. Dat je verwonderd bent over de schoonheid en zuiverheid van zo veel blauw. Dat je een wil worden met die koele blauwheid.

Dat je voelt dat je opstijgt, dat je dichterbij komt bij wie er ooit waren en tegelijk naar beneden kijkt.

Dat je jezelf ziet. Dat je je kinderen ziet. Dat het je eigen leven is waar naar je kijkt.

Het leven waar die ander ook ooit deel van uitmaakte.

Dat je voelt dat je verder wil met dat leven. Jouw leven.

En dat je voelt dat je die ander die er niet meer is, dat je die wil vergeven.

Ja, Vergeven.

Omdat je begrijpt waarom hij is gegaan.

Dat je er klaar voor bent om hem op te nemen in jouw hart.

Zodat hij weer deel uit kan maken van jouw leven.

Jouw heerlijk gewone

en toch soms ook ongewone leven.

Plaats een reactie